Geschiedenis

 
 

Lees de geschiedenis van CLT Gent hier

Geert Van Istendael vertelt de geschiedenis van de CLT

De werking van CLT’s in de Verenigde Staten

Community Land Trusts zijn zo’n veertig jaar geleden in de Verenigde Staten ontstaan. Sindsdien heeft het concept zich verder ontwikkeld op het terrein. Het heeft zich eerst binnen de Verenigde Staten verspreid en daarna langzaam aan ook in andere landen. In de VS is het aantal CLT’s gestegen van een dozijn begin jaren tachtig tot meer dan 240 vandaag. Samen beheren ze meer dan 10.000 woningen. De juridische en operationele modellen zijn door de jaren heen verfijnd en uitgebreid. In de beginjaren werden CLT's vooral opgestart door basisbewegingen. Nu starten ook meer en meer lokale overheden CLT’s op. Door al deze evoluties is er een grote diversiteit ontstaan. Er zijn CLT’s die vijf woningen bezitten, er zijn er die er vijfhonderd bezitten. Er zijn er die in landelijk gebied actief zijn en er zijn er die in arme stedelijke wijken opereren. Sommige CLT’s werken vooral aan betaalbaar wonen, anderen focussen meer op leefbare buurten. Ondanks die grote diversiteit is het toch mogelijk om vrij goed te omschrijven wat CLT’s zijn (en wat niet).

De geschiedenis van de Community Land Trusts

Community Land Trusts hebben hun wortels in een lange traditie van utopische theorieën en woonprojecten. Vele denkers zijn de voorbije eeuwen tot de conclusie gekomen dat private landeigendom, en vooral het speculeren met land, een bron van onrecht en uitsluiting is. Zij gingen op zoek naar modellen voor collectieve grondeigendom en coöperatief beheer van woningen.

Een van de eerste echte voorlopers van de Community Land Trustbeweging was Ebenezer Howard (1850-1928). Hij lag aan de basis van de Engelse tuinsteden. Rond de grote steden wilde hij een gordel van ideale, zelfvoorzienende en autonome tuinsteden uitbouwen. Het tuinstadmodel was een complete samenleving op lokaal schaalniveau, die een intensieve participatie van de bevolking in het bestuur en in het culturele leven moest gaan kennen, belichaamd in besloten, intieme en geborgen vormgeving. Begin van de twintigste eeuw werden enkele steden gerealiseerd volgens de principes van Howard. De bekendste is Letchworth, een stadje van 33.000 inwoners in Oost Engeland dat nog altijd min of meer beheerd wordt zoals Howard het bij de stichting in 1903 wilde. De tuinsteden waren gebaseerd op een aantal vooruitstrevende stedenbouwkundige principes die de voordelen van de stad en het platteland combineerden, maar ook het basisprincipe van landeigendom week erg af van de norm. Het land was gemeenschappelijk bezit van de bewoners. De meerwaarde die het land zou opbrengen, omdat het van landbouwgrond werd getransformeerd tot woongrond, zou de basis vormen voor de financiering van de gebouwen. Daarmee vormt Letchworth een voorafspiegeling van de Community Land Trusts die zeventig jaar later in de Verenigde staten zullen ontstaan. De tuinstadbeweging zou van grote invloed zijn voor de volkshuisvesting en stedenbouw in heel de wereld. De beweging kreeg ook in Gent een echo, in de vorm van een drietal tuinwijken (Sint-Bernadette, Zwijnaarsesteenweg en de Bellevuewijk) die na de eerste wereldoorlog werden opgericht in de toen nog landelijke buitenwijken van de stad.

In de Verenigde Staten wees economist en politicus Henry George (1839-1897) op de grote rol van landeigendom en speculatie in het ontstaan van sociale onrechtvaardigheid en ongelijkheid. Hij stelde dat: ‘Als de waarde van de grond wordt gecreëerd door de gemeenschap, dan behoren ook de inkomsten toe aan die gemeenschap.’ Uit zijn ideeën ontstond aan het eind van de 19de eeuw de “single tax on land”. George reisde ook naar Europa om zijn ideeën te propageren, en in Brussel werd zelfs een “Ligue pour la Reforme Fonciere” opgericht, die zijn geschriften in het Frans uitgaf.

Later zou Ralph Borsodi (1886-1977, VS) in zijn voetsporen treden en in 1934 de “School of Living” oprichten, een alternatieve gemeenschap waar het land geleased werd door de bewoners. Zijn ideeën zouden later mee aan de basis liggen van de eerste Community Land Trusts.

De eerste stappen

Het eigenlijke CLT-model ontstond uit een ontmoeting tussen o.m. Robert Swann en Slater King. De eerste was vredesactivist en de tweede, een neef van Martin Luther King, was een voorman in de burgerrechtenbeweging. Van bij hun ontmoeting in 1964 gingen ze samen op zoek naar manieren om de pas verworven burgerrechten van de zwarten in praktijk om te zetten. In het zuiden van de Verenigde Staten leefde het grootste deel van de zwarte bevolking immers nog als landarbeider in dienst van blanke grondbezitters. Van gelijkheid was geen sprake. De twee mannen waren er van overtuigd dat collectieve landeigendom de sleutel tot echte gelijkheid was.

Zij deden inspiratie op bij de Bhoodan-marsen van Vinoba Bhave, de spirituele opvolger van Ghandi. Samen met grote groepen armen trok die in de jaren 50 en 60 te voet door India om rijke Indiërs er van te overtuigen hen gronden af te staan. Daar slaagden zij wonderwel in, in totaal zou 20.000 km² grond worden geschonken. Bhave kwam echter vrij snel tot de bevinding dat dit programma niet volstond om de armen uit de armoede te bevrijden. Omdat zij niet over de middelen beschikten om de grond te bewerken en zaaigoed te kopen waren velen verplicht om snel opnieuw hun gronden te verkopen, waardoor ze al gauw weer bij af stonden. Het programma werd aangepast: landgift (Bhoodan) werd vervangen door dorpsgift (Gramdan). De grond werd in deze nieuwe fase collectieve eigendom van het hele dorp.

Een voorbeeld voor de manier waarop land geleased kan worden vonden Swann en King bij het Joods Nationaal Fonds in Israel, dat land voor 99 jaar in erfpacht gaf voor landbouwcoöperaties en geplande nieuwe gemeenschappen/dorpen. Swann, Slater King en anderen uit het Zuiden, reisden in 1968 naar Israël om meer te leren over dit pachtsysteem. Ze besloten een systeem op te zetten dat individuele pachten voor woningen combineerde met coöperatieve pachten voor landbouwgrond.

In 1969 werd door Swann en King de eerste CLT opgericht, New Communities Inc., in Albany, Georgia. Ze omschreven hem als ‘een vereniging zonder winstoogmerk voor grond in een eeuwigdurend fonds ten behoeve van permanent gebruik door rurale gemeenschappen’. Er werd een groot stuk landbouwgrond aangekocht die het collectieve bezit werd van de landarbeiders die het zouden bewerken en van mensen die het project genegen waren en de financiering hadden mogelijk gemaakt. In die eerste CLT was het economische aspect veel belangrijker dan de huisvesting. We verwijzen daarbij ook graag naar de econoom E.F.Schumacher (1911-1977, VS) . Schumachers ideëen over eigenaarschap zijn de basis voor de E.F. Schumacher Society om Community Land Trusts te stichten "… ondanks het feit dat er steeds minder private eigenaars zijn, is er relatief gezien steeds meer land in bezit van minder mensen, … en de armen, zoals altijd, zijn bijna helemaal uitgesloten.’ (Swann e.a., 1972)

In de daaropvolgende jaren kreeg het model langzaam verder vorm.